DE BARBECUEBRIGADE    1865

Je hoeft tegenwoordig niet eens uit het raam te kijken om te weten dat het zomer is. Zodra de zon zich een uurtje laat zien, hangt de hele straat in een geurcocktail van houtskool, knoflookmarinade, verschroeide speklappen en half verkoolde saté. Zelfs de was die buiten hangt, smaakt ’s avonds naar spareribs. En eerlijk is eerlijk… dat heeft ook wel iets.
Kinderen rennen gillend met waterpistolen door de tuin. Achter iedere schutting klinkt hetzelfde geroezemoes. Opa vertelt voor de honderdste keer hoe warm de zomer van ’76 was, terwijl oma roept dat de sla slap wordt. De buurvrouw gluurt alvast over de schutting met de onvermijdelijke vraag: “Is ’t al gaar?” Ze weet donders goed dat het eerste worstje pas over een uur van het rooster komt.

Barbecueën is allang geen barbecueën meer. Vroeger zette je een gammel rooster op drie stoeptegels, gooide er een zak houtskool onder en tien minuten later lagen de karbonades te sissen. Zwart aan de buitenkant, roze vanbinnen. Niemand die daar wakker van lag. Als je maar samen aan tafel zat. Nu lijkt het een complete wetenschap. De buurman heet ineens geen buurman meer, maar pitmaster. Hij draagt een leren schort waar zijn naam groot op staat. Zijn barbecue heeft wifi, ledverlichting, een app en waarschijnlijk meer rekenkracht dan de computer waarmee ooit de eerste maanlanding werd begeleid.
Op het tafeltje liggen drie thermometers, vier tangen, zeven messen en een flesje olijfolie waarvoor je bijna een tweede hypotheek nodig hebt. Het vlees moet eerst twaalf uur marineren, daarna twee uur indirect garen, vervolgens rusten en tenslotte “afgelakt” worden. Ik dacht altijd dat lak voor kozijnen was.
Ondertussen blaast de wind vrolijk een regen van vonkjes richting de kurkdroge coniferen. Niemand die ervan opkijkt. Pas als iemand roept: “Volgens mij staat er iets in brand!”, kijkt de halve straat op. Gelukkig blijkt het meestal alleen de speklap van ome Jan te zijn.
Als het eten eindelijk wordt uitgeserveerd, krijg je er ongevraagd een complete presentatie bij. Over rookhout uit Amerika, de perfecte kerntemperatuur en waarom je een hamburger vooral niet moet omdraaien.
De kinderen hebben ondertussen drie zakken chips weggewerkt, opa is aan zijn vierde biertje begonnen en de buurvrouw heeft thuis al een boterham met kaas gegeten.
Toch zou ik die zomerse avonden voor geen goud willen missen. Want als de zon langzaam ondergaat, de laatste stemmen over de schuttingen zweven en de geur van barbecue nog uren tussen de huizen blijft hangen, besef je dat dit eigenlijk gewoon vakantie in eigen straat is. Gezelligheid ten top in deze oververhitte legendarische en aanhoudende zomer. NONDEDJUU !!!

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.