13 jul VAKANTIEDRUK 1862
Afgelopen vrijdag was het eindelijk zover: de hele kroost kreeg vakantie. Luidruchtig arriveerden ze thuis, want over een paar dagen staat vertrek naar het buitenland op het menu. Vakantie, zeggen ze dan. Ik weet niet hoe dat bij jullie gaat, maar voor mij begint de vakantie pas nadat ik eerst thuis een gigantische lijst heb afgewerkt.
Mijn vrouw heeft daar inmiddels een prachtige traditie van gemaakt. Zodra ik bezweet, oververhit en met de laatste restjes energie thuiskom van mijn laatste werkdag, ligt daar… DE LIJST. Niet zomaar een lijstje, nee. Een monument. Met engelengeduld in sierlijk handschrift opgesteld, alsof het de Dode Zeerollen zijn. Nog voordat ik de koelkast open kan trekken voor een welverdiende halve liter Belgisch bier, wordt dat document met diplomatieke precisie in mijn handen gedrukt.
“Misschien kun je maar meteen beginnen. Er is niet zoveel tijd meer.”
Niet zoveel tijd? Volgens die lijst vertrekken we pas als ik eerst heel Zuid-Limburg onderhoudsvrij heb gemaakt. Grasmaaien, haag scheren, auto poetsen en aftanken. Koffers van zolder halen een dode boomstronk uitgraven, de werkbank opruimen en de reservesleutel naar oma brengen. En ergens tussendoor ook nog even ademhalen. Waarschijnlijk stond dat op de achterkant.
Vol energie rennen de kinderen als een losgelaten roedel hyena’s door het huis. Als een dolle streep ik de voltooide opdrachten af. Ik ren van tuin naar garage, van zolder naar kelder en struikel onderweg minstens vier keer over de werkbank in mijn klusdomein… die ik volgens de lijst óók nog moet opruimen.
En dan volgt de eindtaak: de koffers. Ik begrijp oprecht niet hoe die dingen dicht blijven. Ze zitten voller dan onze Limburgse fruitvlaai op een zondagmiddag. Toch is het mijn taak om ze allemaal in de auto te krijgen. Blijkbaar verwachten ze thuis dat ik naast vader ook wereldkampioen Tetris ben.
Eindelijk kunnen we vertrekken. Afgepeigerd rij ik stapvoets de straat uit. Ik weet nu al wat er komt. Binnen een uur klinkt het onvermijdelijke: “Volgens mij zijn we iets vergeten…”
Voorbeelden van vorige jaren te over: De televisie staat nog aan, de airco draait nog, de achterdeur zit misschien niet op slot. De medicijnen vergeten. De gesmeerde broodjes staan nog op het aanrecht, het luchtbed is achtergebleven in de schuur. En de reservesleutel is niet bij oma afgegeven. Je kunt er vergif op innemen.
Na tien uur sturen, remmen, files trotseren en minstens honderd keer “Zijn we er al?”, te hebben aangehoord, arriveren we in de verzengende hitte aan de Mediterrané. De kinderen zijn binnen tien seconden verdwenen. Mijn vrouw roept vanuit de badkamer dat haar beautycase ontbreekt. “Want zó kan ik echt niet naar buiten!” En ik? Ik sjouw als een pakezel de overvolle koffers drie verdiepingen omhoog. Natuurlijk zonder lift.
Een jaar gewerkt, de Grote Vakantielijst overleefd en tien uur Route du Soleil gereden.
Ik verlang naar een ligstoel in de schaduw. Een ijskoud Belgisch biertje en vooral… een halve dag waarin niemand iets van me wil. Terwijl ik me verstop in een versleten hangmat tussen twee dennen en geniet van het eerste ijskoude speciaal biertje. Ik hoop maar één ding; dat ze me niet ontdekken. Ik wil ff verdwijnen en lekker alleen genieten van de tijd die vakantie heet. Ik hoop dat ze mij voorlopig vergeten. NONDEDJUU!!!
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.