01 jun TOEKOMSTBESTENDIG? 1856
Niet meer lang voordat de laatste examenopgaven worden ingeleverd. Dan een paar weken wachten en de uitslagen arriveren telefonisch. Dit is het jaarlijkse ritueel waarbij duizenden scholieren ontdekken dat ze tóch slimmer zijn dan hun docenten al die jaren vermoedden, of hoogdravers heel diep vallen.
Zoals gebruikelijk gaat daar eerst een indrukwekkende klaagcampagne aan vooraf. De enige instelling die tijdens de examenperiode harder werkt dan de leerlingen zelf is de klachtenlijn van het LAKS. Daar wordt inmiddels alles gemeld wat vroeger onder de noemer ‘pech gehad’ viel. Een brommer in de verte, een warmtefront uit Zuid-Europa, een vraag die daadwerkelijk nadenken vereist en vermoedelijk binnenkort ook een ongunstige stand van Jupiter of de extreme temperaturen van een hogedrukgebied.
Hier nog maar eens de jaarlijkse samenvatting: de examens waren té moeilijk en de omstandigheden te lastig. Vroeger heette dat gewoon eindexamen. Tegenwoordig heet het een klachtencategorie.
Binnenkort hangen de schooltassen weer aan de vlaggenstok. Dan glimmen de ouders van trots, familieleden sturen felicitaties met geld en de geslaagden vieren uitbundig dat ze voorlopig geen boek meer hoeven open te slaan. Mijn vertrouwen in de toekomst stijgt daardoor niet direct tot recordhoogte. Al hoop ik stiekem dat er achter die vlaggen ook nog wat kennis, discipline en gezond verstand schuilgaan. Want vroeg of laat komt er een moment waarop Nederland meer nodig heeft dan goede bedoelingen, klachtenloketten en ceremonieel applaus.
Natuurlijk zitten er briljante jongeren tussen. Die zijn er altijd geweest. Maar het gemiddelde baart zorgen. We leven in een tijd waarin een telefoon meer kennis bevat dan een complete schoolbibliotheek, terwijl steeds meer mensen steeds minder opslaan en uit hun eigen brein trekken. Een mening geldt als onderzoek, een filmpje als bronvermelding en een influencer als deskundige. Misschien past dat ook precies bij deze tijdgeest.
Neem de benoeming van koningin Máxima tot kolonel deze week. Een keurige ceremonie, fraaie uniformen, mooie foto’s en plechtige woorden over verbondenheid met Defensie. Vol verbazing keek ik naar deze poppenkast en schudde als voormalige dienstplichtige mijn hoofd voor dit gemaakt charme offensief.
Ik behoorde tot de generatie die maandenlang door de modder kroop, wacht liep, ontelbare marsen maakte met volle bepakking, leerde exerceren, schietoefeningen deed en bestudeerde hoe een leger daadwerkelijk functioneert. En schopte het meestal niet verder dan soldaat eerste klas. Tegenwoordig blijken representatieve kwaliteiten soms een kortere route naar hogere rangen. Daar pas ik voor, want ik geloof niet in die dure ongein.
Misschien ben ik ouderwets, maar terwijl Europa opnieuw spreekt over herbewapening, weerbaarheid en oorlogsdreiging, voelt veel van dit soort symboliek als geruststellend toneel. Alsof we onderscheidingen, titels en ceremonies verwarren met voorbereiding op de werkelijkheid. Mogelijk hoort dat zo tegenwoordig, zeg ik weifelend. Een periode waarin examens worden beoordeeld op hinderfactoren, prestaties worden gevierd zonder al te nieuwsgierig naar het niveau te kijken en onderscheidingen steeds vaker gaan over betrokkenheid dan over bewezen vakmanschap.
Binnenkort hangen er weer vreugdevol veel boeken en een vlaggetje in de top van menige mast te wapperen. En dat is mooi. Of ik onder de indruk ben van de kwaliteiten van deze generatie? Het spijt me vreselijk… NONDEDJUU!!!
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.