VERBALE NEDERIGHEID   1845

In Friesland doen ze het gewoon. Daar staat het Fries bij wet geregeld op het lesrooster. Kinderen leren het, spreken het, schrijven het. Die taal wordt absoluut beschermd alsof het cultureel erfgoed is.
En hier in Limburg? Hier hebben we een ander systeem bedacht: we laten het langzaam verdampen terwijl het in intercityvaart uitsterft.
Eeuwenlang spraken we gewoon onze heerlijk Limburgs zonder enige obstakel. Waarom staat het dan eensklaps op de nominatie om te verdwijnen? Aan de keukentafel spreekt vader nu Limburgs tegen zijn zoon. “Bès doe al klaor mit dien hoeswèrk?” De jongen begrijpt ieder woord. Maar het antwoord komt keurig in het Nederlands. “Ja pap, ik heb het al gemaakt.” Het klinkt alsof een Limburgs gezin plotseling wordt nagesynchroniseerd door iemand uit de randstad.

Dit verschijnsel is geen toeval. Dat hebben we namelijk zelf georganiseerd. Op school leren kinderen al vroeg dat dialect iets is voor thuis, voor carnaval, of voor opa en oma. Maar op school praten we netjes ABN. Stel je voor dat een kind straks in Utrecht gaat studeren en iemand schrikt van het woord “sjiek”. Dus leren we de kinderen keurig hun eigen taal af. Het onderwijs doet er alles aan om het Limburgs te nekken.
Vreemd is in die optiek dat de leerkrachten onderling, informeel converseren in het onvervalst Limburgs.
Waar in Friesland de taal de klas binnen wordt gehaald, wordt ze hier vooral netjes buiten de deur gehouden. Alsof het vloeken in de kerk is. En ondertussen groeit het aantal nieuwe Limburgers, vooral met westerlingen. Niks mis mee, alleen hebben die de bijzondere gave om ons Limburgers bij te brengen hoe het allemaal anders moet. Die ontwikkeling houdt ook in dat verbanning van het Limburgs een must is. Want anders verstaan die Hollanders dat ingewikkelde dialect in hun nieuwe omgeving niet. Braaf en gedwee knikkend, volgt de Limburger de nieuwe wensen.
Het wonderlijke is dat Limburgers zelf vaak sneller overschakelen naar Nederlands dan die nieuwe buurman erom vraagt. Uit beleefdheid? Een stukje onderdanigheid? Of uit een soort taalkundig minderwaardigheidscomplex dat er ooit door iemand in Den Haag is ingeprent. Terwijl het Limburgs juist een van de handigste talen van Nederland is. Met een beetje dialect kom je in Aken of Düsseldorf al een heel eind. “Ich höb hönger.”; de Duitse bakker begrijpt je volkomen. En de westerling kan geen woord Duits meer produceren.
Wij doen hier alsof het Limburgs een folkloristisch hobbyproject is. Leuk voor een liedje, een buut of een carnavalskraker. Maar verder vooral niet te serieus nemen.

Woensdag zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. Dan gaat het over identiteit, gemeenschap en “de kracht van onze regio”. Prachtige woorden, maar zelden gesproken of geschreven in de taal waar onze regio al vele eeuwen van nature in functioneert. Wat een farce majeure.
Laten we de kandidaten voor de gemeenteraad deze keer eens een simpele vraag stellen: “Willen jullie dat het Limburgs blijft leven, of vinden jullie het prima dat onze kinderen straks Nederlands praten tegen hun ouders en Engels tegen de ober?”. Weet dat een taal niet verdwijnt omdat kinderen haar niet begrijpen. Ze verdwijnt omdat Limburgse volwassenen zich laten wijsmaken dat hun eigen taal eigenlijk een beetje minderwaardig is. Friezen zijn standvastiger, die laten zich niet ringeloren met die onnozelheid, waarom wij dan wel?
Weet dat mijn kinderen tweetalig zijn opgevoed en zich daarmee perfect staande houden in de huidige maatschappij. En zo hoort dat in ons bronsgroen eikenhout omgeving,  NONDEDJUU !!!

 

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.