HOGE NOOD 1828

Bevrijd van het arbeidsproces heb ik na een korte rustpauze mijn leven een totaal andere richting gegeven. Hobby’s waar ik vroeger nooit aan toekwam heb ik uit het stof gevist en ben nu druk met van alles. Dagen zijn te kort, weken schieten voorbij en voor je het weet passeren de vier seizoenen en ben je alweer een jaartje ouder. Autorijden in herfst en winter wordt steeds lastiger. Niet vanwege de gladde wegen of rukwinden, nee absoluut niet. Eerst dacht ik nog dat de zintuigen zoals zien en horen zouden afnemen. Het probleem zit echter lager. Het is een feit dat mannen van zekere leeftijd een onvoorspelbare blaas ontwikkelen.

Zodra het koud wordt, verandert de blaas in een soort opgefokte rookmelder. Eén zuchtje frisse lucht en hij begint te piepen: PLASSEN! NU! Tegenwoordig is de blaas zo hysterisch dat hij al in de noodstand schiet op het moment dat ik de autosleutels opraap. Geloof me, als ik moet dan is er geen houden aan. De combinatie van zithouding met lage temperaturen is killing. Dan heb ik geen interesse meer in de voertuigen voor me. Mijn focus ligt dan op het loof rondom. Elke kans moet ik grijpen om mijn blaas te ledigen. Het is niet meer normaal die druk die ik dan voel. Inmiddels heb ik zoveel bomen illegaal besproeid dat ik me verantwoordelijk houd voor de stijgende grondwaterspiegel. Sommige bomen herkennen me al. Je ziet ze bijna zuchten: “Ah, daar heb je die ouwe sprinklerinstallatie weer.”
In de zomer is er geen vuiltje aan de lucht, mijn blaas ligt op apegapen en meldt zich niet. Zodra de ‘R’ in de maand komt en de buitentemperatuur zakt dan begint de ellende in mijn kruisstreek.
Voordeel van de Goldenrain-periode is dat je fit blijft want ik wed dat je nog nooit iemand zo snel uit zijn auto zag rollen om vervolgens een sprint te trekken richting bomen. En dan die verrekte knoopjes die vooral in een spijkerbroek erg strak zitten. Bereik je eindelijk een veilige plek dan krijg je de broek niet open.
Wat heet ‘perfecte plek’ in dit jaargetijde van vallende bladeren. Ik word er wel creatief van. Vroeger lette ik op tankstations en parkeerplaatsen nu staan de betere ‘water’-plekken op mijn route, in het geheugen gegroefd. Ik herken bomen aan hun stamdiameter en het camouflerend groen in de nabijheid. Daar rij ik naar toe… als ik denk het te halen. Soms sta ik gedwongen achter een lullig stammetje dat minder dekking biedt dan een wc-rolletje.
En elke keer als het is gelukt, niemand me gezien heeft, de schoenen droog zijn gebleven, de boom er nog staat; voel ik een opluchting, alsof ik een prestatie van jewelste heb geleverd.
Twee topplekken waar ik ooit gedwongen heb staan urineren zijn; in de stilstaande file op de autoweg A1 tegen de midden vangrail; en in de parkeerplaats van de Johan Cruyff Arena tussen twee geopende deuren van mijn voertuig. Beide gevallen waren een absolute noodsituatie.
Elke autorit voelt als een angstig avontuur waarin de kans bestaat dat de politie achter me staat en een bon van 160 euro uitschrijft vanwege wildplassen. Ik kan je dit vertellen; op zulke momenten ben ik zo opgetogen dat ik de diender een aantrekkelijke fooi geef. NONDEDJUU!!!

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.