18 aug MÉNIÈRE 1815
Het vermoeden bestaat dat mijn evenwichtsorgaan echt is gebouwd rond de genen die ik van mijn moeder meekreeg. Zij werd menigmaal overvallen door een aanval type de ziekte van Ménière, met als vervelende kenmerken, zoals draaiduizeligheid, gehoorverlies en oorsuizen (tinnitus), nou dan weet je het wel. Kotsmisselijk, alles draait en je voelt je zeer beroerd. Om het kwijt te raken is de enige remedie: ga op bed liggen in een totaal donkere kamer en probeer zonder te bewegen in slaap te vallen. De volgende dag is het minder, helaas duurt het gemiddeld meer dan een week voor het leed geleden is. Die Ménière kan me geweldig te grazen nemen zeker op momenten dat ik het niet kan gebruiken. Zo stak ik tijdens een vakantie in Zeeland met de veerboot Breskens-Vlissingen over van Zeeuws-Vlaanderen naar Walcheren. De Schelde was heel rustig en nog heb ik tussen vertrek en aankomst alle vissen gevoerd die voorbij zwommen. Zelfs op het pontje over de Maas trek ik al wit weg door een aanval van zeeziekte door invloed van die mijnheer M. Watervrees heb ik totaal niet maar ik kan de horizon niet zien bewegen, laat staan heen en weer deinen op de golven. Dan ben ik absoluut total loss, vreselijk.
Ooit had ik een zware wijnproeverij aan de vooravond van een uitvaart. De Bordeaux sloeg er pittig in en ik sliep als een bewusteloze matroos. s ’Morgens schrok ik wakker van een hels kabaal achter mijn rug… de wekker. Als een malloot draaide ik me om met als doel de onruststoker uit te zetten. Dat was te optimistisch gedacht want gelijktijdig ontwaakte mijnheer Ménière door deze abrupte beweging. Ik leek wel stoned, zo draaide de wereld vanaf dat moment. Hoe ik het gered heb snap ik nog steeds niet. Achter in de kerk vond ik plek, wijdbeens en met de rug tegen de stenen muur hangend. Recht vooruit kijken ging nog net, meer zat er niet in. Heel slecht voelde ik me. Het enige dat me bezig hield was hoe moet ik twee keer het altaar passeren? Eerst een prentje halen en dan nog een rondje voor de hostie.
Toen brak het moment aan dat we in stoet naar voren liepen waar de pastoor van dienst de hosties die hij uit een grote bokaal opviste, op de tong legde. Het zweet stond op mijn voorhoofd en ik stutte mezelf op elke bidbank. Na de laatste bank moest ik nog drie meter zonder steun overbruggen. Pastoor hield de hostie al in de lucht… mijn evenwicht liet me in de steek en ik holde om niet te vallen als een ongeleid projectiel door de kerk naar de zijmuur waar ik bijna tegen aan viel. Gelukkig zat er ook een soort nooduitgang waar ik dankbaar gebruik van maakte. Buiten viel ik op het gras en bleef even liggen. Niemand volgde mij. Oef, dit was waarschijnlijk het meest opvallende optreden uit mijn hele carrière. Ik schaamde me kapot en wilde hard vloeken, maar ja op heilige grond doe je dat niet. Anders had ik geheid vele malen, heel hard geroepen: NONDEDJUU!!!
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.