FOTOGENIEK  1800

Hangend tegen een grijs elektriciteitskastje trok de straatbewoner mijn volledige aandacht. Ik verzamel namelijk excentrieke hoofden voor mijn digitale fotoboek. Deze, door de elementen fors aangepakte kop, zou er zeker niet in misstaan. Op afstand bestudeerde ik door de telelens zijn cranium. Zijn aangezicht bestond uit een morsige hangsnor waarin al jaren opgedroogde rode wijnvlekjes en minuscule stukjes camembert gezellig samenwonen. Bakkebaarden die elkaar bijna raken onder geplooid en hangend  halsvel. En overmatige wenkbrauwen die zo dicht en lang waren dat ze de helft van de neusinplant camoufleerden en de oogleden bedekten… je zou er moeiteloos je klassieke pince-nez op kunnen parkeren. Een zoutrand van eerder geproduceerd zweet, vormde een strakke lijn op het glimmende voorhoofd. Overigens het gewicht van al dat haar trok so wie so alle rimpels uit zijn markante kanis. En midden in al dat ongeciviliseerde stond prompt een neus als een gecamoufleerde en gedeukte tank. Wat een joekel van een reukorgaan was dit.
Heel vaak zit er op een wilde bos haar, waaraan decennia geen coiffeur heeft huisgehouden, een of ander antieke hoed, of een vadsig mutsje ooit gebreid door een fantasieloze maar handige oma. Dat kon in dit geval niet want zijn haar was totaal verstrengeld en deels rasta waardoor er amper een eenpersoons tentje overheen getrokken kon worden. Mijn interesse om hem vandaag fotografisch vast te leggen voor mijn verzameling piekte. Bleef de vraag: hoe zou ik deze man kunnen benaderen? Eerst stond ik wat te lanterfanten en hoopte op oogcontact. Mislukt. Vervolgens ging ik wat dichterbij staan. Geen aandacht. Ik vroeg rechtstreeks en vriendelijk of alles oké was? Hij keek dwars  door me heen. Het gezicht van deze Catweazle was één groot amulet van geestelijke armoede. En dit was mijn kans om hem kleurrijk te vereeuwigen. Maar hoe? Het was bloedheet, zijn suikerspiegel leek me erg laag, dus kwam ik op het glorieuze idee hem een ijsje aan te bieden. Daarna zou ik hem als tegenprestatie toestemming kunnen vragen om de door mij begeerde opname te maken. Ik kocht een Magnum en liep met een brede smile, amicaal naar hem toe. Op vijf meter afstand begon ik te praten. “Hallo, ik dacht dat ik je bij dit warme weer wel een plezier kon doen met een ijsje”. Enigszins stoïcijns keek hij me aan en stak geen hand uit. Het enige dat ik uit al het haar hoorde was een zware stem die het woord “nee”, produceerde.
Belachelijk stond ik daar met het smeltende ijs in mijn handen en at het ten einde raad zelf op. De straatrakker keek langs mij naar een supermarkt waar mensen frisdrank kochten. “Wil je misschien wat van me drinken”, was mijn nieuwe poging tot benadering. Amper was ik uit gesproken of er klonk een “ja” en ik zag warempel zijn ver opengesperde ogen. Dat was de sleutel tot succes… een blik bier. Laat ik er dan maar gelijk twee halve liters van maken, want hiermee ga ik mijn unieke foto scoren, dacht ik triomfantelijk. Met twee gevulde handen en een tegen mijn buik slaande camera kwam ik terug bij de dorstige zwerver en wilde tactisch de vraag stellen of ik hem nu ook mocht fotograferen. Het liep totaal anders. Op twee meter afstand schoot de man lenig en snel uit zijn rusthouding, ritste de twee gekoelde blikken uit mijn handen en flitste weg in het struikgewas. Wat een afgang. Het enige dat ik er, totaal verbouwereerd, nog uit kon brengen was een hartstochtelijke vloek:  NONDEDJUUUUUUU!!!

 

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.