03 mrt OP NAAR HARING 1791
Bij het uitlaten van mijn vierpotige haarworst deze ochtend, moest ik op mijn tellen passen. Overal waren de resten van het vastelaovendfjiés zichtbaar. Bergen confetti, krullende serpentines, verloren attributen, verdwaalde derderangs snoepgoed, maar bovenal -en ik krijg het amper mijn pen uit gedrukt- flatsen kots. Heel veel gemalen voedsel dat aan de verkeerde kant de maag heeft verlaten. Je kon zo zien dat de plaatselijke frietbakker van Aziatische komaf, goed boert tijdens deze dagen. ‘Mijn God wat een zooitje’, dacht ik bij elke luchtsprong die ik maakte om het braaksel te ontwijken. Niet alleen moest ik atletische huppels uitvoeren, daarnaast had ik alle energie nodig om mijn hond in de goede richting te trekken. Zijn interesse voor al dat tweedehands voer was groter dan de aantrekkingskracht van een Bourgondische feestdis op een uitgehongerde zwerver. Plots kroop uit een struikgewas een of ander zeer kleurrijk gedrocht, die onderweg naar huis de richting verloren was en daarna de vrieskou in de openlucht had doorstaan. De sjmink hing op half zeven, het tule pakje vertoonde veel bijvangst, zijn ogen waren nog half gesloten. Het enige dat hem nog kon redden was thuis in de achtertuin uitkleden en een half uur warm douchen onder toezicht. Dan afronden met een lange slaap. Mijn hond jankte van angst en kroop achter mijn kuiten. ‘ Alaaf’, zei de struikrover en zocht steun op wankele benen terwijl hij bijna een vinger in zijn oog stak toen hij de carnavalsgroet wilde uitbrengen. Een diepe zware boer klonk vanuit zijn knieholtes en weg was hij. Op afstand begonnen de toeteraars, schreeuwers en zware geluidsboxen weer in stemming te komen. Carnaval wordt steeds langer terwijl het aantal kroegen mindert. 8 dagen vieren wordt de norm. Op woensdag starten met bier en op woensdag finishen – bij de start van de vastenperioden- met haringhappen. Schijnheiligen zijn we, als er maar duivelse alcohol ingegoten wordt. Mij knellen de kostuums tegenwoordig als een dwangbuis. Niet doordat ze vaak van Chinese makelij en dito maatwerk zijn. Nee ik voel me niet meer thuis in de wereld van het rood, geel en groen. Ik voel me als een witte raaf. Dat is absoluut vreemd als je bedenkt dat ik uit een ongeëvenaard vastelaovesnest kom waar carnavalsharten tikten en iedereen gevoed werd met humor en een brede lach. De ijskast stond vol en wie het thuisfront diep in de nacht wist te bereiken kon eten, douchen, slapen en weer vertrekken naar de volgende gekke daag. Heerlijk.
Ik heb geen idee waar de essentie van het feest nu naar afdrijft. Het enige dat ik hoor is technomuziek met een vleugje gezang, veel geschreeuw, hordes carnavalisten allemaal met een halve liter bier in de hand en veelal ladderzat. Het spijt me te constateren dat het nog weinig met het ware vastelaovesfjiés te maken heeft. Oké laten we eerlijk zijn, deze ongewisse tijden zetten een enorme rem op ons normale gemoed. Nondedjuu!!!
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.