ALAAF, ALAAF, ALAAF         1775

Vanmorgen op een tijdstip dat een normaal mens naar zijn werk trekt om de economie enigszins op peil te houden moest ik vol remmen voor een stelletje verklede gasten die onderweg waren naar de opening van het carnavalsseizoen. We spreken hier over half negen in de ochtend!
Capo di tutti capi, was hier van toepassing. ‘Hoe is het mogelijk’, riep ik tegen mijn binnenspiegel en keek tegen mijn slaperig hoofd aan met een kapsel waarmee ik zeker, zelfs met een diepe buiging, toegang tot de opening om 11.11 uur zou krijgen. Het enige verschil, ik ging werken en zij zuipen.
Nou kom ik zelf uit een carnavalsnest in de sixties, waar de  glimmende decoraties, jeukende pruiken, vettige maskers en kleurige kleding vanaf 11 november tot eind februari in de woonkamer waren opgeslagen. Klaar om aan te trekken en te vertrekken.  Op de platenspeler lagen platen met de meest onnozele hoempa hoempa songs die door iedereen werden meegezongen. Met vasteloavend zelf was ons hele gezin 8 dagen on the run. Fantastisch. Dat was in de laatste decennia van de vorige eeuw. Men liep in elk dorp van café naar café in lange stoeten. Na drie rondjes was het diep in de nacht en kropen de laatsten naar huis om de ochtend erna vroeg op te starten met zwarte koffie en Aspro’s. Ik ben kenner en weet er alles van. Aswoensdag was puur leven op tandvlees een lege beurs en totaal uit het fatsoen gefeest. En de pijn van het lachen bleef nog weken lang na weeën.
Tegenwoordig is het totaal anders. Menig dorp heeft geen café meer, de Limburgse taal die het provinciale carnaval siert sterft uit en de prins wordt niet meer thuis gebracht na een dag acteren als regent, maar moet het zelf uitzoeken. Als hij de volgende dag later maar weer keurig in de plooi klaar staat. De bijhorende stijl is er in mijn optiek uit. De zeldzame cafés lijken wel een oase in de woestijn. Vandaar dat velen hun eigen drank op een wagentje meetorsen.
Vandaag is het de elfde van de elfde. Een festijn dat steeds meer allure krijgt zeker in de dorpen en steden die nog mee willen doen.
Al sinds enkele jaren ontvlucht ik dit zuipfeest want meer zie ik er niet in. Opvallend is dat als ik met de drie dolle dagen naar Amsterdam ga, daar in alle kroegen Limburgs wordt gesproken. Daar is het in mijn ogen gezelliger dan in menig horeca-arm gehucht in het bronsgroen eikenhout land.  NONDEDJUU !!!

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.