22 apr Youp 1746
Baas boven baas, ik ken mijn plaats. Daarom heb ik jarengeleden contact opgenomen met een van Nederlands beste cabaretiers en columnschrijvers, Youp van ’t Hek. Nondedjuuke bestaat sinds voorjaar 1988. Youp volgde me iets later. Het plan was om met hem te sparren over de techniek van columns schrijven. Zit hij ook soms uren naar een leeg vel papier te turen? Hoe komt hij aan die prachtige woordspelingen? Heeft hij nog een eindredacteur die hem mag corrigeren? Werkt hij planmatig, volgens een bepaald stramien? Wanneer schrijft hij?
Kort geleden trokken we beide onze agenda’s en spraken op een ochtend af in het restaurant van een Maastrichts hotel. Zijn vaste ploeg zat aan het ontbijt, ze waren na de eerste voorstelling, de avond ervoor, zonder Youp op stap geweest en het was laat geworden. Op de kale bol van een van de musici prijkte een enorme pleister. Hij had bij opkomst in het Vrijthof Theater zijn hoofd gestoten waarbij het bloed langs zijn oren liep. Youp arriveerde vijf minuten later in het etablissement, brabbelde wat lachend met zijn crew, stak een vinger om hoog naar mij ‘kom zo terug’, en verliet het hotel kortstondig. Hij liep ietwat ongemakkelijk constateerde ik. Toch was hij in no time weer terug. Youp en ik gingen apart zitten en ook hier arriveerde een ontbijtje. Vooraf kon ik niet inschatten hoe dit gesprek ging verlopen. Zou hij me afserveren en zich binnen twintig minuten verontschuldigen? Nee, het liep totaal anders. Wat voor Youp geldt is; hoe groter de ster hoe kleiner het ego.
Hij heeft vaste patronen in zijn leven zoals, ‘Pas twee minuten voor ik het podium op stap trek ik mijn kleding aan’. En met een serieuze glimlach: ‘Dan kan er ook geen koffie overheen’. Na de eerste voorstelling in Maastricht -de dag voor ons gesprek- voelde hij zich niet bepaald top. Op medisch advies was hij op tijd naar bed gegaan en deze ochtend wakker geworden met een gebroken bril. Laten we zeggen, zijn handelsmerk was in de nachtelijke uren gesneuveld, doordat hij met bril op in slaap was gevallen. ‘Je wil niet weten hoeveel brillen ik verslijt’, zij hij met een grijns. Daarom was hij snel de stad in gelopen en had een nieuw exemplaar gekocht. Een leesbril.
‘Je ziet me toch wel zitten?’, vroeg ik bijdehand. ‘Reken maar’, was zijn gevat antwoord. Youp wilde alles van me weten en het leek wel een interview van zijn kant. Hij was geïnteresseerd. Hij wilde mijn columns lezen, deed dat ook op mijn Iphone en stak een duimpje in de lucht. ‘Lekker leesbaar en raak’, zei hij. Ik was vereerd met dit compliment van de grootmeester himself. Het gesprek verliep vlot en ook een aantal privézaken vertrouwde hij me toe. Als deze theatervoorstelling ‘De laatste rond’, op zaterdag 25 mei in Carré wordt afgesloten, gaat hij deels met pensioen. Geen voorstellingen meer, wel lekker schrijven, meldde hij. Zo ging ons gesprek over en weer waarbij we beiden ook ons schrijfproces op tafel legden. Zeer interessant en leerzaam. Zijn wekelijkse column schrijft hij op vrijdagmiddag; hij gaat zitten en haalt de actualiteit boven water om dat in zijn benadering van feiten aan elkaar te knopen. Na enkele uren schrijven, redigeren, schaven, aanpassen, wegstrepen en verfijnen, leest hij zijn product voor, aan vaste toehoorders waar hij op vertrouwt. Hun commentaar neemt hij mee en vlak voor de deadline is bereikt, drukt hij op VERZENDEN richting NRC. Het resultaat is elke week weer fantastisch. En daar hoort vast een vriendelijke, vloek van opluchting bij: NONDEDJUU!!!
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.