OUWE TIJD  1743

Hoe ouder ik word hoe meer ik af en toe in gedachten terug droom naar de primitieve jaren zestig. De spruitjeslucht, de ronkende, rokende en kuchende voertuigen, de diepe gaten in het toch al slechte wegdek. Hier en daar nog paard en wagen. De drogende was vol kolengruis. In plaats van voor de TV, hingen we voor het geweven doek van de buizenradio met fijntjes het metalen Philips logo erop gepopt. Hele zomeravonden met de wijk op straat hangen. Er hing destijds absoluut geen betoverende rozengeur en maneschijn sfeer, en toch denk ik er met vol plezier aan terug. Het geheugen van een mens is vrij selectief en ik heb de mooie momenten blijkbaar in de grijze cellen gekoesterd. De mindere zaken zijn voor eeuwig gewist. Mogelijk dat ik daardoor die periode zie als een gouden stempel in het paspoort van mijn leven. Wij woonden tussen de Maas en het Julianakanaal, vlak bij de Staatmijnen en bij grindwinningsbedrijven, op een steenworp afstand van buurland België. Als dat geen ingrediënten zijn voor een avontuurlijk jeugd, dan weet ik het niet meer. We hadden niks en amuseerden ons met een loodzware voetbal, hutjes bouwen in een bospassage en op zaterdagmiddag bij mijnheer pastoor, die gezegend was met een zwart/wit TV, naar Swiebertje kijken. Hoogtepunten van het jaar waren de katholieke feestdagen en de twee jaarkermissen, die feitelijk weinig voorstelden. We leefden na school op een niet geasfalteerde straat en speelden met vriendjes en vriendinnetjes op een klein braakliggend terrein met ongeëffend grasveld. In de zomer zwommen we in het Julianakanaal en bouwden kleine dammetjes in de Maas. Tegen alle ouderen zeiden we tante of nonk. Een draai om de oren bij niet gehoorzamen was normaal. We aten met een vork en de linker arm gebogen rondom het porseleinen bord. Uit een ‘tas’ werd koud kraanwater gedronken en wekelijks ging een washandje over ons gehele lijf terwijl we in een zinken teiltje, met op vuur verwarmd water, stonden. Dan bij de kachel de haartjes laten drogen voordat we onder de wollen kriebeldekens doken. Handjes boven de deken en dromen dromen over onze dromen. Heerlijk. In de ochtend wakker worden en de ijsbloemen op het dunne raamglas bewonderen. Vervolgens op spekglad schoeisel naar school waar nog een behoorlijk autoritair regime heerste. Soms zat ik te trillen van angst in het houten bankje achter een te hoog tafeltje waar met een grote fles Oost-Indische inkt, een geïntegreerd glazen inktpotje werd gevuld. Met een eigen kroontjespen doopte ik in de inkt en schreef de opdrachten.  En dan maar geluk hebben dat de pen niet lekte en inktvlekken veroorzaakte. Die pech leverde vaak al een onvoldoende op.
Anno 2024 vertelt een vijfjarige hoe ik mijn mobieltje moet updaten, iets moet downloaden en hoe een bug te lijf te gaan. Ik heb er zelf geen notie van. Dezelfde vijfjarige en al zijn decenniumgenoten hebben geen idee hoe avontuurlijk spelen in de ruige natuur is. Zij zijn nu al meesters in digiland en klooien daarom hun leven binnen. Ik vind hun bestaan beperkt, zij lachen mij uit en deleten me daarna gewoon. Nondedjuu !!

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.