ARCHIEFBRILJANTEN  1795

Bij tijd en wijle duik ik in mijn archiefje dat gevuld is met dozen vol met, voor mij, speciale inhoud. De verzamelde materie is een product van mijn overmatig ontwikkelde clusterkunst die weer is ontleend aan mijn karaktertrek; dat ik niet snel afstand kan doen van (materiele)zaken. Uit ervaring heb ik geleerd dat spullen die ik vandaag naar het milieupark afvoer, spoedig worden gemist omdat ze toch van grote (emotionele) waarde voor me zijn. Natuurlijk kan ik niet alles blijven bewaren en straks mijn erfgenamen opzadelen met een container vol, voor hun, nutteloze zaken. Dus doe ik minstens eens in de vijf jaar een nieuwe rondgang en gooi met veel pijn delen van mijn dierbare verzameling, alsnog weg omdat ze minder aantrekkelijk zijn geworden. Het aantal dozen slinkt. Laat ik eerlijk zijn, alles wat ik dump levert een vreselijke aanslag op mijn gemoed op. ‘Zo jammer’, zeg ik dan en verlaat in draf het milieupark. Zeker heb ik ook spul van algemene waarde. Neem de allerlaatste krant op het oude grootformaat 749 mm x 597 mm. Over vele jaren brengt ook mijn complete verzameling van alle quarantaine Coronakranten geld op. Juweeltjes als het horloge van mijn vader, oude super8 films met familie-opnames en fotoboeken hebben de laatste schifting nog steeds overleefd. Of neem mijn LP’s uit de seventies, waarvan velen eerste druk exemplaren. Een hoogtepunt om te draaien op mijn 45 jaar oude pickup.
Na de dood van mijn ouders moest ik samen met mijn zus hun woning leegmaken. Hier hebben we heel wat moeten overwinnen want elk element uit dit huis was voor ons een mooie anekdote. Als we het toch allemaal zouden bewaren moesten we ieder een vergunning aanvragen voor het plaatsen van een 40-voets zeecontainer in de achtertuin. Dus met de botte bijl hebben we destijds vol weemoed opgeruimd. Vreselijk, slapeloze nachten. Er restte daarna voldoende tijd om uit te zoeken wat we hadden bewaard. Zo werden bijvoorbeeld vroeger niet alle afgedrukte foto’s in een album geplakt. Ze kregen plek in een grote kartonnen doos, zonder het verhaal achter de prent noch de info in welk jaar werd gekiekt, en wie er überhaupt allemaal opstonden. Een enkele keer heb ik een oude tante opgezocht en om hulp gevraagd. Samen doorliepen we de honderden zwart-wit foto’s. Al snel kwamen we er achter dat de geest van oudjes niet erg helder meer is. Om toch ruimte te creëren heb ik besloten alle afgedrukte foto’s te scannen en digitaal te bewaren. Wie weet. Zelfs mijn blonde lokken die van mijn scalp werden gescheiden bij de allereerste knipbeurt op driejarige leeftijd, heb ik nog. We zijn zestig jaar verder, wat moet ik er mee doen? ‘Bewaren’…!, zegt een stemmetje in mijn hoofd…
Mijn vader die 45 jaar geleden overleed, was carnavalist in hart en nieren,  van hem heb ik nog decoraties, zijn carnavalssteek inclusief veren, en een schrift met de tekst van een buut. Zijn schoolrapporten kun je ook terugvinden in mijn archief. Ooit zal het allemaal worden opgeruimd en dan zal ik die actie als ‘zelfverklaard meesterlijk’, gaan betitelen. Afscheid nemen is voor mij een no-go. Een stap, die ik liever oversla, dat is echt uit mijn comfortzone stappen. Om mijn nabestaanden enigszins gerust te stellen meld ik bij tijd en wijle dat het archief weer iets is uitgedund. Een zucht van verlichting ademt dan langs. Nog nooit heb ik durven vertellen dat ik diverse verzamelingen heb aangelegd. Als ze dat horen krijg ik geheid de titel ‘gecertificeerd krankzinnig’. Nondedjuu!!!

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.