15 dec PAKKETBRIGADE 1832
December is niet alleen de maand van lichtjes, glühwein, Wahm en Ed Sheeran die zich ongevraagd weer in je leven zingen. December is óók de maand waarin vaker wordt aangebeld dan je lief is. Niet door visite. Nee, door iemand in een fluorescerend jasje, met wallen tot op kniehoogte en een scanner in de hand. De pakketbezorger. De ruggengraat van onze collectieve online koopdrang. Momenteel worden gemiddeld enkele miljoenen pakketjes per dag geleverd door PostNL, DHL, DPD, GLS, UPS, FEDEXX.
12.000 man gaan alleen al voor PostNL aan de slag en ze hebben 6300 busjes en 1250 trucks op de weg. Zij halen de pakketten op bij 26 sorteercentra en bezorgen aan huis. Dan heb ik het nog niet over de andere vijf bezorgdiensten. Ik heb veel respect deze mensen die regen, kou, gladde wegen trotseren en een werkdruk ervaren die vermoedelijk is bedacht door iemand die zelf nog nooit een doos heeft gedragen. Ze rennen, sjouwen, scannen, vloeken binnensmonds en rijden alweer verder. Tijd voor een praatje is er niet. Hoogstens voor een vluchtige knik. In de feestelijke december verandert elke straat in een logistieke oorlogszone. Bestelbusjes overal. Dubbel geparkeerd, dwars op de stoep en alarmlichten aan, want dat is blijkbaar de universele vrijbrief voor alles; “Ik sta hier maar héél even.” Ja dat zeggen ze allemaal. Ondertussen staat het verkeer stil te wachten tot de koeriers weer verder rijden. Hierdoor ontstaat grote ergernis.
Dan de pakketjes zelf. Elke levering is een verrassing. Je bestelt iets breekbaars en ontvangt een doos die eruitziet alsof hij persoonlijk is getest op val- en schopvastheid. “Fragile” staat erop. Die Engelse term lijkt vooral een uitdaging. Binnenin: derderangs piepschuim rond een product dat klinkt alsof het onderweg een eigen leven heeft geleid. Mocht het breekbare pakket heel arriveren dan begint het tweede spel: zoek je doos. Afgeleverd “op een veilige plek” staat in de app. Welke plek dat is blijft onduidelijk. Achter de container, onder de regenpijp, in de kliko of verstopt in het struikgewas. Of bij een buur die zweert van niks te weten, maar wel opvallend goed weet wat erin zit. Soms krijg je zelfs een foto als bewijs. Een wazige close-up van een doos tegen een onbekende deur. Succes ermee. Het is een moderne speurtocht, maar dan zonder plezier en met lichte woede. En toch… als die bel gaat, gebeurt er iets geks. Dan sta ik daar in mijn pantoffels; warm en droog. Ik zeg braaf ‘dank je wel’ en neem het pakket nieuwsgierig aan. Gedeukt, nat of verkeerd bezorgd, het maakt niet eens meer uit. December is geven, zeggen ze. In dit geval geven wij werkdruk en krijgen er de bestellingen voor terug. Het is chaos er heerst overlast. Weet wel, zonder deze mensen geen decemberkado’s. Ondanks al mijn gemopper bestel ik morgen weer opnieuw. De middenstand in mijn omgeving is er niet blij mee en vloekt -turend in een lege kassa, terwijl de koeriers voorbij razen- hardop: NONDEDJUU !!
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.