COPING    1757

De trein is in vele opzichten onvoorspelbaar. Niet alleen de NS is daar debet aan, ook de passagiers staan garant voor flamboyante acties. Zo reisde ik eerste klas van Amsterdam CS naar huis, omdat ik rustig wilde werken in de SILENCE coupé. Kopje koffie, croissantje en krantje, mijn rit kon niet meer stuk na een intensief dagje in de hoofdstad. Helaas was dit exclusieve gevoel van korte duur. Met veel bombarie, vloog de glazen zwiepdeur open en drie mannen bewapend met totaal minstens tien plastic zakken vol geraapt statiegeld blik kwamen binnen. Op zijn minst kan ik stellen dat hun entree in de silence coupé nogal luidruchtig was. Naast mij vielen ze op de vier zitplaatsen die vrij waren en ze stapelden de overvolle rammelende zakken hoog op. Loerend van achter dIe fikse blikberg knikten ze vriendelijk naar mij en lachten triomfantelijk. “U gaat ook naar het zuiden?”, was een vraag gedoopt in een vreselijk langgerekt accent. Ze bestookten me met informatie waarom ik niet gevraagd had. Zij bleken naar Kerkrade en Maastricht onderweg. Ze hadden de hele dag blikken ingezameld om hun pensioen aan te vullen. Een zak stond borg voor wel 15 tot 20 euro. Bijdehand merkte ik op dat een treinkaartje eerste klas veel duurder is dan de revenuen uit de geladen zakken. Ze keken elkaar aan en schaterden; “hoezo een kaartje?”. “Dit is openbaar vervoer in Nederland. Er komt nooit een conducteur controleren dus we reizen gratis en in Amsterdam vind je om de meter wel een blikje. We gaan meerdere keren per week”. Vooral bij festiviteiten konden ze de buit amper dragen. Een van hen nam geregeld ook twee kleinkinderen mee ter ondersteuning. Dit a-sociaal reisgedrag ergerde me. Geconcentreerd werken kon ik vergeten. Ondertussen begon het behoorlijk te stinken in mijn coupé. Die reuk kwam niet alleen uit de plastic zakken, ik trok de conclusie dat de mannen ook fiks bezuinigden op douchewater. Gadverdamme. De blikrapers wilden opnieuw een gesprek aanknopen..  ik fakete een telefoongesprek. We naderden station Utrecht en een van de verzamelaars worstelde zich geroutineerd een weg naar de uitgang, waarbij hij bijna over mij heen viel. Stoom kwam uit mijn oren en koude rillingen liepen over mijn rug. Vol ergernis keek ik naar het tjokvol perron. Plots kwam de stinkerd vloekend de coupé ingerold. ‘ Wegwezen jongens de NS politie is met zes man sterk ingestapt om te controleren’, gilde hij opgewonden. De drie scaramouches gehuld in ontplofte spijkerbroeken, staarden enkele tellen als konijnen in een set koplampen. Vervolgens kwamen ze in actie en verdwenen omringd door een hoge decibelpiek, binnen tien seconden inclusief het totale volume aan blik en plasticflesjes. Wat restte was een ondraaglijke stank. En een grote plas restvocht uit de blikken. Op het perron maakten ze haast om vervelende vragen te ontlopen.

Wat ik tot vandaag niet begrijp is waarom het gannef met al die zakken naar het zuiden reist? Waarom niet gewoon een Amsterdamse supermarkt binnen stappen en daar inleveren? Of is deze oplossing van mijn kant te simpel, cq. te ingewikkeld voor de blikpikkers. De hele reis bleef die vraag door mijn bovenkamer stuiteren. Spreken we hier van een copingmechanisme?  Ik kwam er niet uit. Bij thuiskomst werd mij enkel gevraagd waarom ik zo vreselijk stonk. Nondedjuu!!!

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.